top of page

Er is niets mis met onze kinderen


Misschien toont het kind met zijn gedrag precies wat in onze wereld ontbreekt: onverdeelde aandacht, onvoorwaardelijke liefde, een veilige resonantie. (Foto © Pixabay)
Misschien toont het kind met zijn gedrag precies wat in onze wereld ontbreekt: onverdeelde aandacht, onvoorwaardelijke liefde, een veilige resonantie. (Foto © Pixabay)

Hold on!


Er is helemaal niets mis met onze kinderen.

Wat misgaat, is hoe wij naar hen kijken.


We hebben het kind-zijn geherdefinieerd vanuit volwassen begrippen. We hebben gedrag benoemd, patronen vastgelegd, normen opgesteld, en vervolgens zijn we vergeten dat een kind geen object is van observatie, maar een levend, voelend wezen dat voortdurend reageert op zijn omgeving.

Het is niet het kind dat “anders” is; het is onze manier van kijken die beperkt is geraakt.


We proberen het onbekende te begrijpen met de taal van het meetbare. We classificeren, labelen, diagnosticeren, en noemen dat “inzicht”. Maar de waarheid is: we zien steeds minder. De diagnose is vaak niet meer dan een spiegel van ons onvermogen om te begrijpen wat we niet kunnen meten.


De moderne mens vertrouwt liever op een handboek dan op zijn hart. De DSM, dat dikke boek vol gedragslabels, heeft het kind tot een verzameling symptomen gemaakt. We zoeken in definities wat alleen in nabijheid te vinden is.


Wanneer we een kind zien dat niet stilzit, dat te veel beweegt, te veel voelt, te veel vraagt, zien we een probleem. Maar wat als we zouden zien wat eronder leeft?

Misschien vraagt dat kind niet om correctie, maar om contact.

Misschien toont het met zijn gedrag precies wat in onze wereld ontbreekt: onverdeelde aandacht, onvoorwaardelijke liefde, een veilige resonantie.


Een kind leeft niet binnen de grenzen van onze efficiëntie. Het denkt anders, voelt intenser, beweegt vrijer, en juist dat maakt het ongrijpbaar voor de gemiddelde volwassen geest.

Hoogbegaafdheid bijvoorbeeld wordt zelden herkend door wie vastzit in gemiddelde kaders; het vraagt een andere frequentie van bewustzijn, een bereidheid om te vertragen, om anders te luisteren.


Ik heb het mogen ervaren. Een jongetje van twaalf, met het label ADHD, kwam bij mij binnen: druk, rusteloos, vol tics. De omgeving had hem al leren benoemen in termen van “te veel” — te druk, te snel, te intens. 

Maar ik besloot te vertragen. Mijn stem werd zachter, trager en trager, bijna fluisterend maar gegrond en dragend. 

En ergens in dat trage ritme gebeurde iets: hij ontspande. Zijn adem zakte. De tics verdwenen. Niet omdat hij “genezen” was, maar omdat hij eindelijk gehoord werd in de taal van zijn eigen tempo.

Wat verdwijnt, wanneer we leren afstemmen, is niet het “probleemgedrag”, maar de breuk tussen werelden, tussen het volwassen verstand en het kinderlijk bewustzijn.

Een kind dat zich begrepen weet, hoeft niet meer te schreeuwen.


We kunnen pas werkelijk opvoeden wanneer we onze volwassen bril durven afzetten. Wanneer we ophouden te corrigeren, en beginnen te luisteren.

Wanneer we niet langer proberen het kind te vormen naar ons beeld, maar bereid zijn onszelf te her-vormen door de blik van het kind.


Misschien is dat de uitnodiging van deze tijd:

👥 Niet méér diagnostiek, maar méér dialoog.

👥 Niet méér kennis, maar méér wijsheid.

👥 Niet méér systemen, maar méér menselijkheid.


Er is niets mis met onze kinderen.

Het is hoog tijd dat wij weer leren zien.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page