top of page

Er is geen tijd. 


Er is nood aan ruimte zonder tijd. Niet-tijd. (Foto © Pixabay)
Er is nood aan ruimte zonder tijd. Niet-tijd. (Foto © Pixabay)

Een jongeman komt langs. Hij heeft iets te vertellen.

Hij heeft het moeilijk, zo blijkt. De tijd en ruimte zijn hem gegund.

We nemen onze tijd.


Het wordt hem allemaal te veel. Een relatiebreuk. Te veel stress. Een proefschrift en het bijbehorende isolement. Een nakend verlies.

“Ik moest iets doen,” zegt hij, “en ben naar de huisarts gegaan.”

Hij doet zijn verhaal, voor zover dat kan in tien minuten.

De arts stelt antidepressiva voor.


“Ik vond dit echt niet kunnen,” zegt hij. “Ik ben toch niet depressief? Die arts kent me niet eens. En pillen ... nee. Ik zie bij vrienden wat dat doet. Sommigen lopen erbij als zombies.”


Hij heeft gelijk. Het mag niet. Het is onverantwoord om een zoekende mens met een kluitje in het riet te sturen, zonder doorverwijzing, zonder échte aandacht.


Maar hij geeft niet op.

Hij maakt een afspraak met een psycholoog in een ziekenhuis.

Hij vertelt zijn verhaal opnieuw; op een drafje, want de tijd dringt.

De hulpverlener schrijft een briefje voor de huisarts: “Start antidepressiva.”


De carrousel draait verder.

“Wat een carrousel,” zegt de jongeman. “Dat kan toch niet.”


Het medisch model is een cirkel.

Een gesloten systeem waarin symptomen worden bestreden, niet begrepen.

Waar de mens zelf uit beeld verdwijnt.


We hoeven niet te zeuren.

Maar wel iets aan te kaarten.


Er is geen tijd.


De carrousel is ontmenselijkt, en de overheid houdt ze draaiende.

Misschien uit onwetendheid, misschien uit gemakzucht, misschien omdat het spel belangrijker is geworden dan de mens.

De Boeddha noemde onwetendheid een van de wortels van het lijden; naast afgunst en gehechtheid.

We zouden eraan kunnen toevoegen: tijdsgebrek


Als er geen tijd is, is er geen aandacht.

Zonder aandacht geen zorg.

Wat overblijft zijn procedures, protocollen en pillen.

Handelingen zonder hart.

De mens verdwijnt uit de zorg, en de zorg uit de mens.


De hulpbehoevende mens blijft in de kou staan.

Er wordt niet écht geluisterd.

En dat niet-gehoord worden, dat afgewezen worden, herhaalt vaak de oerafwijzing uit de kindertijd.

Wat we “zorg” noemen, vergroot zo het trauma dat ze zou moeten helen.

De mens wordt een dossier, een nummer, een zombie.


We draaien rond in de kwadratuur van de cirkel.

De ongebreidelde medicalisering is een vergeefse onderneming.


Er is nood aan niet-tijd.


Tijd die niet efficiënt hoeft te zijn.

Tijd die niet meetbaar is in minuten, maar voelbaar in aandacht.

Tijd waarin stilte mag bestaan.

Tijd waarin iemand écht mag zijn; zonder diagnose, zonder oordeel, zonder haast.

Tijd is ook samen wachten — zoals bij eb en vloed, er zicht op krijgen, en grip krijgen op jezelf. 


Dat is de tijd waar heling begint.

De tijd die geen tijd is.

De tijd die we elkaar moeten gunnen.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page