Diepte en afstand
- Luc Van De Steene
- 21 mrt
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 23 mrt

Met deze tekst wil ik iets verwoorden dat niet alleen van mezelf is.
Iets dat mensen mij soms toefluisteren wanneer het mag, wanneer het veilig voelt.
Leven en anders zijn in een zielloze wereld – hoe is dat?
Het is als leven aan de oever van een rivier die voor anderen ondiep lijkt, maar voor jou telkens weer dieper blijkt. Zij waden, praten, lachen, blijven moeiteloos staan. Jij voelt de stroming al voordat je een voet in het water zet. Jij ziet waar het trekt, waar het kantelt, waar het gevaarlijk wordt.
En dus blijf je vaak aan de kant. Of je steekt over, maar alleen, zwemmend, sneller dan de rest, verder ook en altijd met het besef dat je niet kunt uitleggen wat je onderweg bent tegengekomen.
Anders zijn is niet alleen anders denken. Het is anders in het leven staan. Meer zien dan gevraagd wordt. Meer voelen dan draaglijk is in gezelschap. De onderstroom waarnemen terwijl anderen zich beperken tot het oppervlak en dat oppervlak ook voldoende vinden.
Het is het besef dat veel gesprekken zich afspelen in een zone waar jij niet werkelijk kunt zijn. Dat je zwijgt, niet uit onvermogen, maar uit precisie. Omdat je weet dat wat je ziet, wat je voelt, niet past in de lichtheid van koffietafelgesprekken over koetjes en kalfjes.
En tegelijk is er dat verlangen – hardnekkig, onuitroeibaar – naar echte ontmoeting. Naar iemand die ook de rivier ziet zoals jij haar ziet. Niet alleen het water, maar de diepte, de stroming, de richting.
Maar vaak blijft die ontmoeting uit.
“Maar iedereen voelt zich toch anders,” zegt men dan. En ergens weet je: dat klopt, en toch ook niet. Want er is een verschil tussen variatie en afstand. Tussen nuance en een andere dimensie van ervaren.
Wat het moeilijk maakt, is niet alleen het anders zijn zelf. Het is het voortdurend zien van wat niet klopt: de kleine breuken tussen wat mensen zeggen en wat ze zijn. De incongruenties.
Gisteren nog, tijdens een presentatie over stress en burn-out. De spreker vertelde openhartig over haar eigen uitputting, haar herstel, haar inzichten. Maar onder haar woorden lag iets anders. Een spanning die niet opgelost was. Een perfectionisme dat nog steeds sprak, verpakt in reflectie. Het herhaaldelijk terugkeren naar haar eigen verhaal: niet als verwerking, maar als bevestiging.
Je hoort het niet alleen. Je voelt het.
En dat voelen creëert afstand.
Niet uit oordeel, maar uit helderheid. Omdat je merkt dat wat gezegd wordt en wat geleefd wordt niet samenvallen. En omdat je dat niet kunt negeren zonder jezelf te verliezen.
Dus trek je je terug. Niet volledig, niet definitief, maar telkens weer een beetje. Terug naar binnen, naar een plek waar de ruis wegvalt. Waar de wereld weer bezield voelt, omdat jij er opnieuw betekenis aan geeft.
Misschien is dat wat “diepbegaafdheid” werkelijk is: niet een kwestie van meer kunnen, maar van minder kunnen ontkennen. Minder kunnen meebewegen in het oppervlakkige zonder iets essentieels te verloochenen.
En dus leef je, deels hier, deels elders. In gesprek, maar ook op afstand. Aan de oever, kijkend naar een rivier die je blijft oversteken, ook al weet je dat je zelden iemand aan de overkant zult treffen. Die keer dat het wel mag gebeuren, doe je een vreugdedans.
Waar anderen het oppervlak zien, begint voor sommigen pas de diepte.



Opmerkingen