Deel 2: Wanneer ons geweten zwijgt — over psychopathie, macht en moreel verval
- Luc Van De Steene
- 11 aug 2025
- 3 minuten om te lezen
In mijn vorige column schreef ik over morele blindheid en het zwijgen rond Gaza, naar aanleiding van iets wat strafpleiter Nina Van Eeckhaut ooit zei: “Er zit maar een fractie van de psychopaten in de gevangenis. Spijtig genoeg lopen de meesten gewoon rond.” Die uitspraak liet me niet los. Want wat als ze niet alleen rondlopen, maar de touwtjes in handen hebben?

Dat zei ze, als geloofwaardige getuige, en ik denk er steeds vaker aan. Vooral wanneer ik kijk naar wie vandaag de touwtjes in handen heeft — in de politiek, de bedrijfswereld, de media. Want wat als die psychopaten helemaal niet meer onder de radar blijven? Wat als ze juist floreren in de bovenlagen van onze samenleving?
Psychopathie is geen spectaculair scenario voor een horrorfilm, maar een ernstige persoonlijkheidsstoornis waarbij het geweten, ons innerlijk kompas, niet of nauwelijks ontwikkeld is. Iemand kan ogenschijnlijk normaal functioneren, zelfs charmant of intelligent overkomen, en tegelijk totaal ongevoelig zijn voor het lijden van de ander, het zelfs als speelbal zien. Dat is uiteindelijk waar intellectuele gaslighting om draait — in deze tijd een veelvoorkomend fenomeen.
De duistere drie-eenheid
Combineer dat met de twee andere leden van de zogenoemde ‘Dark Triad’, narcisme en machiavellisme, en je krijgt een profiel dat verontrustend goed past binnen systemen waar macht, controle en status beloond worden.
Psychopaten zijn vaak koelbloedig, charismatisch, strategisch, en niet geremd door empathie. Narcisten zijn ervan overtuigd dat ze bijzonder zijn en eisen bewondering. Machiavellisten geloven dat het doel alle middelen heiligt, zolang ze zelf maar winnen. Zet die drie bij elkaar, en je hebt niet alleen een gevaarlijk individu, maar ook een bestuursmodel.
Een systeem zonder rem
En dat model herkennen we steeds vaker.
We zien het in de politiek, waar leiders emotionele afstand verwarren met visie, en empathie met zwakte. Denk aan figuren die vluchtelingen herleiden tot ‘druk op het systeem’, of oorlogen reduceren tot ‘strategisch voordeel’. We zien het in bedrijven waar mensen met een burn-out als ‘inefficiënt’ worden weggewerkt, en de CEO die duizenden mensen ontslaat, een bonus krijgt. We zien het ook in de media, waar polemiek verkoopt en cynisme als intelligentie doorgaat.
In zulke omgevingen is het geen nadeel om geen geweten te hebben. Integendeel, het is vaak een voordeel. Geen schuld, geen twijfel, geen remmingen. Alleen het spel, en de winst.
De verdachtmaking van empathie
We leven in een tijd waarin moreel denken verdacht is geworden. Wie zich laat leiden door principes of empathie, krijgt het etiket ‘moralistisch’, ‘woke’ of ‘hysterisch’. Wie nog durft te twijfelen, wordt weggezet als zwak. Maar een wereld waarin twijfel en mededogen verdacht zijn, wordt vanzelf een kweekvijver voor de gewetenlozen.
De echte breuklijn loopt dus niet tussen links en rechts, tussen religieus en seculier, tussen oost en west. De echte breuklijn loopt tussen mensen met een moreel besef en mensen zonder. Tussen zij die grenzen ervaren, en zij die vooral de grenzen opzoeken, en ze schaamteloos overschrijden.
Zonder schuld, zonder kompas
Psychopathie herkent men niet altijd aan misdaden, maar aan de kille efficiëntie waarmee de ander wordt genegeerd, gemanipuleerd of opgeofferd. Aan het gemak waarmee verantwoordelijkheid wordt afgelegd, of doorgeschoven. Aan het charisma dat leeg blijkt zodra er iets fout gaat.
En dat is misschien het meest verontrustende aan onze tijd: dat zulke mensen niet langer gemaskeerd hoeven te opereren. Integendeel, ze worden verkozen. Ze worden gevolgd. Ze worden bewonderd.
We moeten durven benoemen dat sommige figuren aan de knoppen zitten zónder innerlijk kompas. En dat dat geen toeval is, maar een gevolg van hoe we succes definiëren. Hoe we macht belonen. Hoe we empathie onderwaarderen.
Een oproep tot moreel bewustzijn
De vraag is dus niet alleen: wie regeert ons? De vraag is: met welk geweten?
Zoals Hannah Arendt waarschuwde: het kwaad begint zelden spectaculair. Het begint in gedachteloosheid. In het normaal vinden van kilte. In het wantrouwen tegenover empathie.
Willen we een andere wereld, dan moeten we opnieuw waarde hechten aan moreel bewustzijn; niet als zwakte, maar als fundament. De samenleving heeft geen tekort aan intelligentie. Wel aan integriteit. Wie geen schuld kent, slaapt goed. Maar dat zou ons wakker moeten houden.
Wat begint als morele blindheid — het niet wíllen zien, het niet durven voelen — kan eindigen in een wereld waarin de gewetenlozen floreren. Waar empathie als zwakte geldt, twijfel als gebrek, en intelligentie gebruikt wordt om het onrecht te rechtvaardigen. In het eerste deel sprak ik over het gevaar van gedachteloosheid en simplificatie. In dit tweede deel over de gevolgen van het wegvallen van innerlijke grenzen. Samen vormen ze één oproep: om moreel bewustzijn niet langer als luxe te beschouwen, maar als noodzaak. Niet als een last, maar als de kern van menselijkheid.


Opmerkingen