top of page

Deel 1: Wanneer ons verstand faalt — over morele blindheid in tijden van geweld

Niet licht zal ik vergeten wat strafpleiter Nina Van Eeckhaut ooit zei in het VRT-programma Alleen Elvis blijft bestaan: “Er zit maar een fractie van de psychopaten in de gevangenis. Spijtig genoeg lopen de meesten gewoon rond. Ze blijven onder de radar terwijl ze tegelijkertijd wel voor heel veel problemen zorgen.”



Die uitspraak keert steeds terug in mijn gedachten, zeker nu ik zie hoe velen blijven talmen of zwijgen over de voortschrijdende vernietiging in Gaza. Psychopaat is natuurlijk een zwaar woord. Laat ik het dan zo zeggen: er zijn mensen zonder moreel besef. 


Wat is dat eigenlijk, psychopathie? Het is een persoonlijkheidsstoornis waarbij de gewetensfunctie onderontwikkeld is, of zelfs geheel afwezig. 

De meeste mensen met zulke trekken zitten niet achter slot en grendel. Ze functioneren; in deze wereld zelfs opvallend goed. Ze klimmen op, verzamelen macht, bepalen beleid. Je komt ze tegen op alle niveaus: in bedrijven, rechtbanken, regeringen. Wanneer zij de norm bepalen, wordt empathie verdacht, geweten een zwakte, en twijfel een gebrek.


Zeker in een context van oorlog, zoals nu in Gaza, valt op hoeveel publieke stemmen zich terugtrekken in afstandelijke taal. Het gaat dan over “proportioneel geweld” of “legitieme militaire doelen.” Alsof er geen lichamen onder de bommen liggen. Beelden van dode kinderen worden als te emotioneel afgedaan, vormen de aanleiding om vergelijkingen te maken. Alsof gevoel een storing is in plaats van een moreel signaal.


De spontane reflex om te zeggen “dit kan niet, dit mag niet” wordt verdrongen door diplomatieke voorzichtigheid, angst om in het “verkeerde kamp” terecht te komen, of abstract strategisch denken. Daardoor raken we verlamd. Niet omdat we niets zien, maar omdat we niet durven voelen, en dus ook niet durven handelen.


Wanneer intelligentie geen bescherming biedt tegen morele blindheid


Hoe komt het dat zelfs intelligente mensen, geoefende denkers soms, in zulke situaties zelden het voortouw nemen in morele helderheid? Waarom overheerst strategisch denken zo vaak boven empathisch vermogen?


Een belangrijk antwoord ligt in botsende denkkaders; niet zomaar meningsverschillen, maar fundamenteel verschillende manieren van waarnemen en beoordelen. Het ene kader vertrekt vanuit veiligheid en zelfverdediging. Israël is een democratische staat, omringd door vijanden, bedreigd door terreur. In dat perspectief is militair geweld geen agressie, maar noodzaak. Einde verhaal. Het andere kader vertrekt vanuit universele mensenrechten. Daarin is het afsluiten van Gaza, het bombarderen van vluchtende burgers, of het vernietigen van ziekenhuizen geen verdediging meer, maar een moreel schandaal, een schandaal voor de mensheid. 


Beide kaders kunnen intern coherent zijn en beroepen zich zelfs op dezelfde feiten. Maar ze lezen die feiten totaal anders. Wie stevig verankerd zit in het ene kader, herkent het andere niet (meer). Wat volgt is geen gesprek, geen debat maar een loopgravenoorlog. De ander wordt niet alleen als ongelijk, maar als moreel verdacht gezien. Juist daarom is twijfel essentieel. Wie niet de moeite doet om het eigen denkkader te bevragen en met gezonde twijfel te voeden, draagt bij aan de polarisatie die de wereld verdeelt in kampen, met alle gevolgen van dien.


De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum noemt dat gemis een gebrek aan moral imagination: het vermogen om je in te leven in een ander leven, dat soms radicaal anders is. Zonder dat vermogen wordt denken koud. Redeneren verhardt. Empathie lijkt dan geen moreel signaal meer, maar een zwakte. Intelligentie is daarbij geen bescherming, integendeel. 


Psycholoog Dan Kahan wees erop dat mensen met een hoger cognitief vermogen vaak juist beter worden in het verdedigen van hun eigen overtuiging, ook wanneer die moreel problematisch is. Denken wordt dan geen zoektocht naar waarheid, maar een instrument van zelfbevestiging.

We zien dat bijvoorbeeld bij opiniemakers die elk moreel appel afdoen als “woke” of “deugpronk”. Neem Maarten Boudry: zijn kritiek op empathie past in een breder verhaal waarin het Westen verzwakt zou zijn door morele naïviteit. Zijn oordeel over Gaza is daarmee geen analyse van feiten, maar de expressie van een ideologische reflex. Wie een identiteit bouwt rond het eigen intellectuele gelijk, heeft veel te verliezen zodra dat gelijk wankelt. Twijfel wordt dan bedreigend. 


Maar echte intellectuele integriteit begint precies daar: niet bij retorisch talent, maar bij de bereidheid om je eigen bril af te zetten.


Het gevaar van simplificatie


Wie Hamas beschrijft als “erger dan de nazi’s” voert het morele gevecht op tot in het absolute. Maar met zulke hyperbolen verdwijnt elke nuance, en erger nog: het doodt het mededogen voor een hele bevolking. Als de vijand louter “barbaars” is, dan wordt elke vorm van Israëlisch geweld vanzelfsprekend. Dan telt het leven van een Palestijn niet meer even zwaar als dat van een Israëli. Dat is moreel gezien onaanvaardbaar. 


De Israëlische filosoof Avishai Margalit stelt dat een fatsoenlijke samenleving er niet enkel op gericht is om rechtvaardig te zijn, maar vooral om geen vernederende structuren in stand te houden. Wat we vandaag in Gaza zien, confronteert niet alleen het Israëlische leger, maar ook de morele grenzen van het Westen.


Een samenleving die haar geweten wantrouwt, omdat het “moreel manipuleerbaar” zou zijn, verliest haar moreel kompas. Natuurlijk kan empathie misbruikt worden. Maar het antwoord daarop is niet kilte of cynisme. Het antwoord is volwassen onderscheidingsvermogen: kunnen zien dat de ene verantwoordelijk is voor misdaden, en tegelijk erkennen dat de reactie erop grenzen overschrijdt. Dat zijn geen tegenstrijdige inzichten. Dat is volwassen denken.


Hannah Arendt waarschuwde al dat het kwaad zelden spectaculair begint, maar in alledaagse gedachteloosheid. Moreel afstompen begint bij het verliezen van empathie, bij het aanvaarden van leed omdat het “onvermijdelijk” of “strategisch logisch” zou zijn.

Tijd voor morele volwassenheid


We moeten dus weg uit het denken in kampen. Weg van het idee dat je ofwel Israël steunt ofwel antisemitisch bent. Weg ook van het beeld dat wie het opneemt voor Palestijnen automatisch een excuus zoekt voor terrorisme. Moraal vraagt meer dan partij kiezen. Wie dus partij kiest, heeft al verloren.


Zeker van denkers — filosofen, academici, opiniemakers — verwachten we nuance. Geen bunkermentaliteit. Wie echt vrij denkt, moet niet alleen tegen de ander durven ingaan, maar ook tegen zichzelf. Zoals de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu ooit zei: “If you are neutral in situations of injustice, you have chosen the side of the oppressor.”


Neutraliteit betekent niet onpartijdigheid, maar de weigering om verantwoordelijkheid te nemen. Kritisch blijven tegenover élke vorm van geweld is geen relativisme, maar morele volwassenheid.


Het conflict in Israël en Palestina is oud, tragisch en vol trauma’s aan beide zijden. Precies daarom mogen we ons verstand niet inzetten om één kant vrij te pleiten van verantwoordelijkheid. Integendeel, de echte uitdaging is: ons verstand inzetten om beide kanten tot menselijkheid te blijven roepen. Om het simpel te zeggen: wie alleen de redelijkheid ziet aan eigen kant, heeft nog maar de helft begrepen.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page