De stille dood die we perfectie noemen
- Luc Van De Steene
- 6 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
COLUMN — Waarom ons streven naar foutloosheid ons leven langzaam verstikt

Een bericht schrijven, weer wissen.
Een presentatie herwerken tot diep in de nacht.
Een moeder die zichzelf verwijt dat ze “het anders had moeten aanpakken”.
Een werknemer die nog één mail verstuurt om “morgen rustiger te kunnen beginnen”.
We noemen het zorgvuldigheid, toewijding, professionaliteit.
Maar vaak is het iets anders: angst.
De angst om niet genoeg te zijn, om fouten te maken, om zichtbaar mens te zijn.
Volgens Hannah Arendt schuilt in perfectionisme een vorm van dood.
“To go on living,” schrijft ze, “one must try to escape the death involved in perfectionism.”
Wie het leven wil behouden, moet ontsnappen aan de dood die in perfectie besloten ligt.
Freud zou spreken van doodsdrift: het verlangen naar stilstand, controle, het uitschakelen van spanning en onzekerheid.
Perfectionisme lijkt een levensdrift — streven, beter willen worden — maar is vaak het tegenovergestelde: een poging om de chaos van het leven te temmen, de beweging te stoppen, het mens-zijn te neutraliseren.
Waar zie je dat terug?
In onszelf.
We meten ons aan onzichtbare normen: productief, fit, succesvol, positief, in balans.
We werken aan ons lichaam, onze carrière, onze relaties, alsof het projecten zijn die ooit “af” kunnen zijn.
Zelfs ontspanning moet tegenwoordig optimaal zijn.
De onderliggende boodschap: wie fouten maakt, leeft verkeerd.
In het dagelijks leven.
Op sociale media tonen we enkel de gefilterde versie van ons bestaan.
We durven nauwelijks nog te zeggen dat we het even niet weten.
Rust voelt verdacht. Onzekerheid voelt beschamend.
We leven op de rand van uitputting, niet door wat we doen, maar door hoe streng we moeten zijn om te mogen bestaan.
En in de samenleving.
Onderwijs draait om meten en scoren, niet om verwondering.
Zorg om controle en efficiëntie, niet om nabijheid.
Integratiebeleid om aanpassing, niet om ontmoeting.
Werk om targets, niet om betekenis.
Onze systemen weerspiegelen onze innerlijke logica: dat alles beter moet, gladder, foutlozer.
Maar in die drang naar perfectie verliezen we het leven zelf; dat per definitie ruw, rommelig en onvoorspelbaar is.
De prijs van perfectie
Die constante alertheid, de vecht- en vluchtmodus die nooit meer uitschakelt, is uitputtend.
Het lichaam leeft in spanning, het hoofd in zelfkritiek.
Er is geen rustpunt, want perfectie verschuift voortdurend.
De lat is een horizon: ze beweegt telkens verder zodra je dichterbij komt.
We denken dat perfectionisme ons beschermt tegen mislukking of afwijzing,
maar het ontneemt ons precies datgene wat ons mens maakt:
beweeglijkheid, mildheid, vitaliteit.
Leven in plaats van overleven
Arendt nodigt ons uit om het leven niet te benaderen als iets dat gecontroleerd moet worden, maar als iets dat geleefd wil worden.
Leven is geen eindproduct. Het is een voortdurende schets.
Handelen is altijd riskant, altijd onzeker, en precies dáárin ligt betekenis.
Misschien is dat de kern:
Perfectionisme is angst voor het leven vermomd als streven naar beter.
En genezing begint waar we die angst durven loslaten.
Waar we falen niet langer zien als tekort, maar als teken dat we in beweging zijn.
De vraag is dus niet of we perfectionistisch zijn,
maar waar het ons stil laat vallen.
En of we de moed hebben om terug te keren naar wat Hannah Arendt zo eenvoudig omschreef:leven — met alles wat dat inhoudt.
Wil je onderzoeken hoe perfectionisme jouw vitaliteit beïnvloedt? Ontdek meer over mijn aanpak en begeleiding, of lees gratis de blogs op mijn website.
🌿 Over de auteur
Ik heb jarenlang gewerkt in de media, op een krantenredactie; een wereld die draait op deadlines, details en druk.
Toen dacht ik dat stress gewoon bij het vak hoorde. Tot ik ontdekte dat een groot deel van die stress niet van buiten kwam, maar van binnen.
Van mijn eigen perfectionisme.
Jarenlang geloofde ik dat perfectionisme me scherp hield, dat het me hielp beter te presteren.
In werkelijkheid hield het me gevangen.
In 2015 kreeg ik daar letterlijk de rekening van gepresenteerd: schildklierkanker. Gelukkig klinkt het erger dan het was, maar het was wel een wake-upcall.
Zo voelt het als je lichaam zegt wat je hoofd negeert: het is genoeg geweest.
Vandaag werk ik als publicist en mentor-coach. Ik begeleid mensen die — vaak zonder het zelf te beseffen — leven onder de constante druk van “moeten voldoen”: aan verwachtingen, aan beelden, aan zichzelf.
Mijn fascinatie ligt in de diepere lagen van dat fenomeen: wat zegt perfectionisme over onze angst, over controle, over onze verhouding tot het leven zelf?
Want perfectionisme is geen bewijs van kracht, maar van kramp.
En pas wanneer we die kramp durven loslaten, ontstaat er ruimte voor iets anders:rust, vitaliteit en vooral leven.


Opmerkingen