De spiegel die niet teruglacht
- Luc Van De Steene
- 27 dec 2025
- 3 minuten om te lezen

Van oudsher maken we een onderscheid tussen cognitieve en emotionele intelligentie: IQ en EQ. Het lijkt een geruststellende tweedeling. Wie slim is, kan denken. Wie emotioneel intelligent is, kan voelen. Wie beide bezit, zo hopen we, is in evenwicht. Maar misschien ligt daar precies het probleem: we zijn slim geworden in het meten van intelligentie, zonder echt te begrijpen wat intelligent zijn eigenlijk betekent.
Niet elke vraag over AI is een technische vraag. Sommige zijn fundamenteel menselijk.
Je kunt namelijk slim zijn zonder intelligent te zijn. Slim is snel, efficiĆ«nt, oplossingsgericht. Intelligent is traag genoeg om te twijfelen, moedig genoeg om zichzelf in vraag te stellen, en eerlijk genoeg om de eigen beperkingen te erkennen. Slimheid verzamelt antwoorden. Intelligentie verdraagt vragen en twijfelen.Ā
Precies daar wringt het vandaag, nu artificiĆ«le intelligentie onze leefwereld niet alleen binnentreedt maar zonder meer overspoelt. AI rekent sneller, onthoudt meer, structureert beter, wordt nooit moe. Dat maakt indruk, en het maakt tegelijk angstig. Wie verder kijkt, ziet dat die angst zelden echt over technologie gaat, maar over een spiegel die niet teruglacht.Ā
AI legt pijnlijk bloot hoezeer we intelligentie hebben verward met slimheid, en hoe weinig aandacht we besteden aan zelfreflectie.
Die spiegel toont iets ongemakkelijks: dat een aanzienlijk deel van wat we rationeel denken noemen, reproduceerbaar blijkt. Dat analytisch vermogen, patroonherkenning en taalvaardigheid niet exclusief menselijk zijn. En vooral: dat we ons intellect vaak hebben ingezet om anderen te beoordelen, te corrigeren of te domineren, maar zelden om onszelf te doorgronden, om onszelf en dus de ander beter te leren kennen.Ā
Ken uzelf (gnÅthi seauton)Ā stond in steen gebeiteld op de tempel van Apollo in het oude Delphi, en volgens de overlevering wordt het gezien als dĆ© sleutel tot geluk.Ā
Zoals Yuval Noah Harari vaker benadrukt in interviews en lezingen is AI bovendien geen klassieke technologie zoals de stoommachine of de computer. Het is de eerste technologie die zelf ideeƫn kan genereren, verhalen kan vormen en beslissingen kan suggereren op een schaal die voor ons nauwelijks nog te bevatten is. Het gevaar, zegt Harari, schuilt niet zozeer in een opstandige machine, maar in een mensheid die denkt te begrijpen wat ze niet begrijpt, die denkt controle te hebben waar die controle al lang is verdampt, die vooral denkt maar o zo weinig voelt. We creƫren systemen die ons eigen narratief kunnen herschrijven, terwijl we zelf de grootste moeite hebben om ons denken en onze overtuigingen kritisch te bevragen.
Dat is geen technologisch probleem. Het is een menselijk probleem.
We denken veel na, maar vooral over anderen. Over hun fouten, hun naĆÆviteit, hun gebrek aan inzicht. Zelfreflectie daarentegen is een schaars goed. Het vraagt niet alleen verstand, maar ook moed. Wie zichzelf echt onderzoekt, ontdekt niet alleen kwaliteiten, maar ook blinde vlekken, tegenstrijdigheden en gemakzuchtige overtuigingen. Zelfreflectie is geen comfortabele bezigheid.
Misschien verklaart dat waarom AI zo veel weerstand oproept bij mensen die zichzelf als rationeleĀ denkersĀ zien. Niet omdat AI slimmer is, maar omdat het geen ego heeft dat voortdurend de aandacht opeist. Het verdedigt geen status, geen identiteit, geen zelfbeeld. Het hoeft niet te geloven dat het uniek is. En juist daardoor brengt het een eeuwenoude geruststelling aan het wankelen: dat intelligentie ons vanzelf moreel, wijs of superieur maakt.
Ironisch genoeg zijn het niet de emotioneel intelligente mensen die het hardst roepen dat AI gevaarlijk is. Wie zichzelf kent, voelt zich minder bedreigd door vergelijking.Ā Wie weet waar zijn waarde ligt ā in verantwoordelijkheid, empathie, oordeelsvermogen, (mede)menselijkheid ā hoeft geen concurrentiestrijd aan te gaan met een algoritme.
Wie zichzelf niet kent, houdt juist wel vast aan het voortdurende vergelijken. AI maakt het nu zelfs mogelijk om je in ƩƩn beeld samen te brengen met je afgod(en) ā die eeuwige zoektocht naar aandacht en adoratie.Ā
De echte angst lijkt eerder te zitten bij wie slimheid heeft verward met betekenis. Bij wie zijn identiteit heeft gebouwd op āik weet meerā, āik denk snellerā, āik ben rationelerā. AI kraakt dat fundament. Dat maakt van AI geen vijand, maar wel een confrontatie, een spiegel.Ā
Misschien is dat de grootste kans die AI ons biedt: niet dat het ons vervangt, maar dat het ons dwingt opnieuw na te denken over wat menselijke intelligentie werkelijk inhoudt. Niet als rekencapaciteit (āmeten is wetenā), maar als verantwoordelijkheid. Niet als kennis, maar als wijsheid. Niet als macht over anderen, maar als inzicht in onszelf.
De vraag is dus niet of AI ons zal overtroeven.
De vraag is of wij bereid zijn te groeien voorbij een vorm van slimheid die nooit echt intelligent is geweest. Een slimheid die andere mensen dom noemt, wijst niet op intelligentie.Ā
Een spiegel die niet teruglacht, is geen bedreiging.
Het is een uitnodiging.
Deze column pretendeert geen technische analyse van artificiĆ«le intelligentie. Ze stelt geen algoritmes ter discussie, maar onze omgang ermee. Kritisch denken, zelfreflectie en betekenisgeving zijn geen exclusief academisch domein ā ze raken aan elke discipline, en vooral aan ons mens-zijn.


Opmerkingen