top of page

De premier en de denkfout die we allemaal maken

Bijgewerkt op: 2 dagen geleden


Zou deze Maximus ook denkfouten maken? (Foto © Pixabay)
Zou deze Maximus ook denkfouten maken? (Foto © Pixabay)

✍️ We leven in een tijd waarin iedereen wel een mening heeft, maar steeds minder mensen echt nadenken over hoe ze tot die mening komen. Denkfouten sluipen ongemerkt onze redeneringen binnen, ook bij de slimsten onder ons. Ze bieden houvast, geven ons een gevoel van morele helderheid of superioriteit, en precies daarom zijn ze zo verraderlijk. Onlangs leverde onze premier daar een schoolvoorbeeld van, en dat zegt iets diepers dan alleen iets over één uitspraak. Het toont hoe snel wij allemaal in dezelfde val kunnen trappen.


Onze premier zei onlangs:

“Van meet af aan was ik tegen de disproportionele oorlog van Israël. Over andere tragedies wereldwijd zie ik evenwel geen protest. Want die kunnen niet worden geïnstrumentaliseerd voor een antiwesters discours. Dat is verschrikkelijk hypocriet.”

Het klinkt verstandig, bijna nuchter: waarom al die ophef over één oorlog, terwijl er elders ook mensen lijden? En toch klopt er iets niet. Wie er even bij stilstaat, merkt dat hier een denkfout in schuilt; een die niet alleen premiers maken, maar wij allemaal.


De denkfout: whataboutism


De redenering van de premier is een klassiek voorbeeld van whataboutism: in plaats van in te gaan op de inhoud van de kritiek (“de oorlog is disproportioneel”), wordt de aandacht verschoven naar de vermeende hypocrisie van de critici (“waarom protesteren jullie niet ook elders?”).


Het lijkt een moreel argument, maar dat is het niet. Het is een afleiding.


De vraag of een oorlog rechtvaardig is, wordt ingeruild voor de vraag of de verontwaardiging wel consequent is. En zo blijft het echte onderwerp buiten schot.

Maar morele aandacht is geen nulsom. Niemand kan overal tegelijk tegen protesteren. Iemand die zich inzet tegen huiselijk geweld, hoeft niet ook tegelijk actie te voeren tegen honger in de wereld om geloofwaardig te zijn. Dat iemand niet overal tegen opkomt, maakt zijn inzet ergens niet minder oprecht.


Waarom we die denkfout zo graag maken


Whataboutism heeft een verborgen aantrekkingskracht. Het geeft ons een gevoel van morele superioriteit.


Door te wijzen op de inconsistentie van anderen, hoeven we onszelf niet ongemakkelijk te voelen. Het is een subtiel mechanisme van zelfbescherming: we verleggen de aandacht van het probleem naar de ander. Zo hoeven we niet te onderzoeken of de kritiek misschien terecht is; we kunnen onszelf geruststellen met de gedachte dat de ander “toch ook niet zuiver op de graat” is.


Dat werkt niet alleen bij politici. Iedereen kent dat stemmetje in zichzelf:“Ja, misschien heb ik dat fout gedaan, maar wat hij deed was erger.”Of: “Waarom val je mij aan? Kijk eens naar jezelf.” We gebruiken het om onszelf te beschermen tegen schuld, schaamte of ongemak. En net daarom is het zo verleidelijk.


Het probleem met morele luiheid


Het klinkt volwassen om te zeggen dat “iedereen wel ergens hypocriet is”, maar eigenlijk is dat een vorm van morele luiheid. Want als elke verontwaardiging meteen verdacht wordt gemaakt als “selectief” of “politiek gemotiveerd”, dan blijft er uiteindelijk geen verontwaardiging meer over.


Wie pas protesteert als hij volmaakt consequent kan zijn, protesteert nooit. En wie kritiek afwijst omdat de boodschapper niet perfect is, sluit zichzelf af van elk moreel gesprek.


In een gezonde democratie is het precies de taak van leiders om zulke redeneringen te doorzien, niet om ze te versterken. Een premier zou moeten helpen om de discussie te verdiepen, niet om ze te verleggen.


Waarom dit ertoe doet


Denkfouten lijken iets voor psychologen, maar ze bepalen de kwaliteit van ons publieke debat. Als we telkens weer de focus verschuiven van de inhoud van kritiek naar de motieven van critici, raken we als samenleving het vermogen kwijt om nog echt over goed en kwaad te spreken. Dan verandert ethiek in strategie, en verontwaardiging in cynisme.


Het is niet verkeerd om te wijzen op dubbele standaarden. Maar dat mag nooit een reden zijn om zelf niet meer na te denken over wat rechtvaardig is.


De juiste reactie op protest is niet: waarom daar en niet elders?

De juiste vraag is: heeft die kritiek misschien een punt?


Tot slot


We maken allemaal denkfouten, zelfs premiers. En dat is niet erg, zolang we bereid blijven om ze te herkennen. Want de mens is inderdaad complex: we hebben allemaal behoefte aan morele helderheid én aan psychologisch comfort.


Maar echte wijsheid begint daar waar we dat comfort even durven loslaten.

Waar we niet langer vragen “waarom jij?” maar “waarom dit?”

Daar begint het denken, en misschien ook het rechtvaardige handelen.


Denkfouten zijn geen teken van domheid, maar van menselijkheid. De vraag is niet of we ze maken, maar of we bereid zijn ze te herkennen; bij anderen én bij onszelf.


Waar merk jij dat redeneringen soms meer dienen om ons gerust te stellen dan om de waarheid te zoeken?

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page