top of page

De mythe van de vrijheid


We zijn niet per se de kapitein die alles vanaf het roer stuurt, maar soms meer de woordvoerder die achteraf uitlegt waarom die koers is gekozen. (Foto © Pixabay)
We zijn niet per se de kapitein die alles vanaf het roer stuurt, maar soms meer de woordvoerder die achteraf uitlegt waarom die koers is gekozen. (Foto © Pixabay)

We leven in tijden waarin een gebrek aan moreel besef al te snel wordt weggeschreven als een eenvoudig meningsverschil. Te veel zaken die moreel geladen zijn, worden behandeld alsof het louter persoonlijke opinies zijn, en daarmee wordt moreel onderscheid uitgewist.


Meningsverschillen op zich zijn geen ramp. Integendeel: discussie is menselijk en wenselijk. Stel je eens een maatschappij voor zonder meningsverschillen — hoe saai en stagnerend moet dat zijn. Vrijheid van meningsuiting omvat ook het recht om je mening níét te uiten. Dat alles is prima. Problematisch wordt het zodra we geen onderscheid meer kunnen of willen maken tussen een mening en een moreel standpunt.


Bestaat de vrije meningsuiting überhaupt, of noemen we dat gewoon zo?

Bestaat de vrijheid, of noemen we dat gewoon zo?

Bestaat de vrije wil, of noemen we dat gewoon zo?


Die vragen lijken simpel, maar zodra je ze serieus neemt, verdwijnen hun vanzelfsprekendheid en glans. Neem de vrije wil. Neurologisch onderzoek suggereert dat ons brein soms al in beweging is voordat wij ons bewust zijn van een besluit. Met andere woorden: er zijn onbewuste processen die ons handelen voorbereiden en het bewuste zelf vaak pas later het passende verhaal laten vertellen. Als dat klopt, zijn we niet per se de kapitein die alles vanaf het roer stuurt, maar soms meer de woordvoerder die achteraf uitlegt waarom die koers is gekozen.


Wat zegt de wetenschap?

Benjamin Libet liet in de jaren 1980 zien dat de hersenen een beweging al voorbereiden zo’n halve seconde vóór de bewuste ervaring van een beslissing. Dat readiness potential liep dus vooruit op het moment dat mensen zelf zeiden: ‘nu beslis ik.’ Toch stelde Libet dat er een veto mogelijk blijft: we kunnen een actie die opgestart is, op het laatste moment nog tegenhouden (free won’t). 

Recente studies bevestigen dat beeld, maar nuanceren het ook. 

• Met fMRI kan men eenvoudige keuzes soms al seconden vooraf voorspellen. 
• Bij betekenisvolle keuzes (ethisch, moreel, emotioneel) zijn de patronen veel minder voorspelbaar. 
• In veto-experimenten bleken deelnemers inderdaad acties te kunnen afbreken zolang hun brein niet voorbij een point of no return was. 
• En er is methodologische kritiek: misschien is het readiness potential niet de beslissing zelf, maar gewoon een voorbereidende staat van het brein. 

Kortom: de vrije wil is geen simpele knop die we indrukken, maar een complex samenspel van impulsen, voorbereiding en het vermogen om in te grijpen.

Als hersenactiviteit een beweging al voorbereidt vóór we bewust beslissen, wat betekent dat voor het vormen van een mening? Het suggereert dat veel van wat we als een bewuste opinie presenteren, in werkelijkheid onbewust ontstaat. Het bewuste brein komt achteraf met argumenten om iets te rechtvaardigen dat al van binnen gegroeid was.


Wat zich dieper vormt, wordt gevoed door opvoeding, culturele context, media, algoritmes en emotionele toestanden. We spreken dus vaak vanuit sedimenten die we zelf niet volledig kennen of beheersen. Dat verklaart waarom meningsverschillen tegenwoordig zo fel kunnen zijn. Het gaat niet alleen om ideeën die iemand bewust kiest, maar om een onderstroom van overtuigingen die grotendeels buiten het bewustzijn liggen. Rationele argumenten botsen vaak op de stelligheid van het ‘ik vind’.


Vrije wil en moreel besef lijken op elkaar: beide zijn geen vanzelfsprekendheden, maar vermogens die moeten worden ontwikkeld. Zoals taal. Zoals compassie. Zonder oefening verwateren ze, en ontstaat beleid en gedrag dat tekortschiet in menselijkheid. Het voorbeeld van een minister die in gebrekkig Nederlands opdraagt dat iedereen thuis Nederlands moet spreken, illustreert dat perfect: taal dwing je niet af, je ontwikkelt ze door oefening en interactie. Zo werkt het ook met moreel besef: je kunt het niet opleggen; het moet groeien.


Elke mens heeft de capaciteit tot moreel oordeel. Maar vermogen is nog geen ontwikkeling. Ontwikkeling vergt oefening, dialoog en bereidheid tot zelfkritiek. Wie dat verzuimt, laat zowel zichzelf als de samenleving afglijden richting ontmenselijking.


Langs alle kanten — ook vanuit de hoek van experts — heerst verwarring over moreel besef en opinie. De verwarring is totaal. Wie deze begrippen door elkaar haspelt, laat zien dat moreel besef bij hem of haar niet volledig is ontwikkeld.

De breuklijn in onze samenleving loopt dus niet langer primair tussen links en rechts, maar tussen wie moreel besef ontwikkelt en wie daar niet in investeert. Wie weigert dat vermogen te ontwikkelen, schuift het debat automatisch richting relatieve meningen, en daarmee wordt moraal verzwakt en de samenleving ontmenselijkt.


Misschien moeten we ophouden te doen alsof vrijheid, vrije wil en vrije meningsuiting vanzelf bestaan. Ze bestaan pas echt wanneer we ze voortdurend trainen. Zoals taal. Zoals moraal. Zoals mens-zijn zelf.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page