De halsbrekende toeren van de liefde
- Luc Van De Steene
- 1 sep 2025
- 2 minuten om te lezen

We zijn acrobaten op zoek naar liefde.
We slingeren ons van verwachting naar verwachting,
we lopen koorddansen over de dunne draad van de hoop.
Soms vallen we, soms vangen we onszelf nog net op.
En telkens denken we: misschien wacht dáár, in de verte, degene die me compleet zal maken.
Maar hoe halsbrekend onze toeren ook zijn,
de liefde laat zich daar niet vinden.
Niet buiten ons, niet in de armen van de ander.
Ze zit dieper. Dichter.
Ze woont vanbinnen, als een stille vlam achter onze ribben.
En onder die vlam leeft dat kind van vroeger.
Het kind dat ooit tekort kwam,
dat nog altijd zachtjes fluistert, of soms luid roept:
zie mij, zie mij graag.
Zolang we dat kind negeren,
blijven we zoeken naar bevestiging buiten onszelf,
blijven we dorstig, graaiend in een lege bron.
Maar de ware bron, die zit in onszelf.
Het echte engagement is dit:
dat we dat kind op schoot nemen.
Dat we het troosten, dat we het voeden met de aandacht die het toen zo moest missen.
Pas dan kan er iets groeien.
Pas dan kan er liefde stromen die echt voedt,
in plaats van te slurpen en uit te putten.
Want pleasen — dat is geen liefde.
Dat is bedelen om kruimels.
Maar liefde … liefde is een tuin.
Een tuin die begint te bloeien wanneer je jezelf zonlicht gunt,
wanneer je je eigen wortels water geeft.
En wie zijn eigen tuin verzorgt,
heeft later bloemen genoeg om te delen.
Misschien is de grootste sprong dus niet die naar de ander toe,
maar naar binnen.
Het vraagt moed om daar af te dalen.
Maar precies dáár ligt de liefde die niet teleurstelt.
En wie weet …
wanneer je die vlam eenmaal hebt aangeraakt,
wanneer je thuis bent gekomen bij jezelf,
dan ontmoet je onderweg iemand die dat herkent.
Niet om jou compleet te maken — dat ben je al.
Maar om samen te dansen.
Twee mensen die elkaars licht zien
en zich verwonderen dat ze beiden al straalden.



Opmerkingen