top of page

De flikkerende lampen van nu

Het woord gaslighting is ouder dan Instagram, Facebook en de comments waar het tegenwoordig in rondspookt. Het komt uit een toneelstuk uit 1938 (Gas Light), later verfilmd in 1944. In dat verhaal probeert een man zijn vrouw gek te maken door haar waarnemingen systematisch te ontkennen. De lampen flikkeren, zij ziet het, maar hij zegt: “Nee, er gebeurt niets.” Zo wordt haar werkelijkheid verdraaid tot ze aan zichzelf gaat twijfelen. Dat is het verborgen doel: de geest van de ander breken, niet door geweld, maar door twijfel. 


Gaslighting is in onze tijd vergroeid met iets groters: de dark triad — narcisme, machiavellisme, psychopathie — die als een onderstroom door de maatschappij en haar machtssystemen loopt. (Foto © Pixabay)
Gaslighting is in onze tijd vergroeid met iets groters: de dark triad — narcisme, machiavellisme, psychopathie — die als een onderstroom door de maatschappij en haar machtssystemen loopt. (Foto © Pixabay)

Vandaag is gaslighting overal. Niet alleen in intieme relaties, maar ook op het wereldtoneel, in talkshows, in parlementen, en vooral in de eindeloze digitale marktplaats waar meningen worden verhandeld alsof het aandelen zijn. Waar vroeger een flikkerende lamp het startpunt was, is nu elk ongemakkelijk feit een potentiële prooi.


De definitie is ruimer geworden: elk manipulatief gedrag dat iemands morele of emotionele zekerheid ondermijnt. 

Soms gebeurt dat botweg (“Dat is niet waar”), maar vaker is het subtieler, en daardoor gevaarlijker. Intellectuele gaslighting gebruikt een soort pseudo-rationele mist om morele helderheid te verdoezelen, en sommigen zetten hun retorisch talent in 


  • Niet “Je liegt”, maar “We moeten het in context plaatsen.”

  • Niet “Onzin”, maar “Je overdrijft, je bent niet objectief.”

  • Niet “Dat klopt niet”, maar “Je feiten zijn interpretaties, en ik moet je op je woord geloven?”

  • Niet “Dat is fout”, maar “Je bekijkt het te zwartwit, de waarheid ligt altijd in het midden.”

  • Niet “Je herinnering is verkeerd”, maar “Je hebt het vast verkeerd begrepen, dat is menselijk.”


Drie veelgebruikte technieken


Gaslighting kent vele gedaanten, maar drie technieken komen opvallend vaak terug in debat, media en op de werkvloer. Ze lijken onschuldig of zelfs rationeel, maar hun effect is hetzelfde: de werkelijkheid vervormen en morele helderheid ondermijnen.


Whataboutism, of de kunst van het afleiden

Een retorische techniek waarbij kritiek of ongemakkelijke feiten worden beantwoord met: “Ja, maar wat met…?” Het lijkt moreel, alsof het om universele zorg gaat, maar het echte doel is afleiden van het oorspronkelijke punt, zodat het niet meer besproken hoeft te worden.


Herkenbaar? 


  • Journalist: “Hoe gaat u het corruptieschandaal in uw partij aanpakken?”

    Politicus: “En wat zegt u dan over de schandalen in de oppositie?”

  • Medewerker: “Ons team draait structureel overuren, dat is niet gezond.”

    Manager: “In andere bedrijven werken ze nog veel meer uren.”

  • Inwoner: “De opvang van vluchtelingen in onze stad schiet tekort.”

    Ander: “En wat met de daklozen hier? Daar hoor ik je nooit over.”


Ander voorbeeld. Een medewerker wijst erop dat vrouwen in het bedrijf systematisch minder promotie krijgen. In plaats van het probleem te onderzoeken, reageert de leidinggevende: “Maar in veel andere sectoren is het nog veel erger.” 


Whataboutism voelt rationeel — het roept op tot vergelijking — maar ontneemt de gesprekspartner de kans om het oorspronkelijke probleem af te ronden. Het is een rookgordijn in de vorm van morele rechtvaardigheid.


Hoe erop reageren? Blijf bij het punt: “Dat kan ook belangrijk zijn, maar nu hebben we het over …”


Verdachtmaking van morele taal, of de emotionele diskwalificatie

Een techniek waarbij morele verontwaardiging of emotie wordt weggezet als irrationeel, onvolwassen of onbruikbaar in een gesprek. Het doel: de spreker onzeker maken over de legitimiteit van zijn of haar gevoelens, zodat het onderwerp zijn kracht verliest.


Herkenbaar? 


  • Spreker: “Het is onmenselijk om deze mensen aan hun lot over te laten.”

    Reactie: “Je spreekt te emotioneel, we moeten dit zakelijk bekijken.”

  • Medewerker: “Het is niet eerlijk dat bepaalde mensen altijd de zwaarste taken krijgen.”

    Manager: “Dat klinkt erg persoonlijk. Probeer objectiever te zijn.”

  • Vriend: “Ik vind het echt pijnlijk dat je er toen niet voor me was.”

    Ander: “Je bent veel te gevoelig, je overdrijft.”


Mensen willen graag rationeel overkomen. Door emoties te framen als onredelijk, wordt de morele kern van het probleem geneutraliseerd. Maar zoals Martha Nussbaum stelt: “Emoties zijn vormen van waardering. Ze wijzen op wat ertoe doet.” Wie emoties diskwalificeert, diskwalificeert vaak ook de waarden waaruit ze voortkomen.


Hoe erop reageren? Herstel het recht op emotie: “Ja, ik voel hier iets bij, en dat is precies omdat het belangrijk is.”


Omkering via pseudo-intellectuele subtiliteit, of de intellectuele mist

Een techniek waarbij het gesprek wordt verlegd van het benoemen van het probleem naar het in twijfel trekken van de analyse zelf. Er wordt met geleerd klinkende argumenten een rookgordijn gecreëerd, waardoor het probleem minder verdacht lijkt dan de kritische blik erop. Van dialoog is geen sprake. 


Herkenbaar? 


  • Analist: “Dit beleid vertoont kenmerken van autoritarisme.”

    Reactie: “Autoritarisme is een complex begrip; sommige democratische regeringen passen dat ook toe.”

  • Journalist: “Dit geweld is systematisch en doelgericht.”

    Gast: “De term ‘systematisch’ is problematisch, want je kunt hem ook op heel andere fenomenen toepassen.”

  • Medewerker: “Het constante micromanagement maakt ons werk onuitvoerbaar.”

    Manager: “Het woord ‘micromanagement’ is subjectief. Sommigen noemen dat gewoon betrokken leiderschap.”


De focus verschuift van het probleem naar semantiek, definities of alternatieve interpretaties. Het klinkt intellectueel en genuanceerd, maar haalt de scherpte uit de kritiek.


Hoe erop reageren? Herstel de kern: “We kunnen definities bespreken, maar het probleem dat ik benoem blijft bestaan.”


Gaslighting is een elegante manier om het kompas te laten tollen, tot niemand nog weet waar het noorden ligt.

Herken je deze patronen, dan zie je hoe subtiele woorden even krachtig kunnen zijn als openlijke leugens, en hoe belangrijk het is om je eigen kompas stevig vast te houden.


Onderstroom 


Gaslighting is in onze tijd vergroeid met iets groters: de dark triad — narcisme, machiavellisme, psychopathie — die als een onderstroom door de maatschappij en haar machtssystemen loopt. Op sociale media wordt dit versterkt: algoritmes bevoordelen de hardste stemmen, niet de eerlijkste. De gaslighter van nu heeft geen woonkamer meer nodig om je lampen te laten flikkeren; hij heeft een smartphone en een publiek.


Karl Popper waarschuwde ooit: “We are all equal in our infinite ignorance.” 

Misschien is dat een goed beginpunt: besef dat we allemaal vatbaar zijn voor twijfel, dat onze lampen soms flikkeren. Maar laat niemand je wijsmaken dat je het licht niet zag.


Herkennen is de eerste verdediging. Als iemand telkens je woorden verdraait, je emoties wegzet of je aandacht wegleidt, zet dan het mentale licht weer aan. Vraag jezelf af: ‘Wat wordt hier werkelijk gezegd? Wat wordt hier ontweken?’ 


Gaslighting wint alleen als je de werkelijkheid uit handen geeft. Houd die vast, ook als ze flikkert. Juist dan.


De tol van gaslighting


Jarenlange gaslighting laat diepe sporen na. Op de werkvloer kan het leiden tot verlammende besluiteloosheid, verlies van zelfvertrouwen en een cultuur waarin niemand nog durft te spreken. Thuis kan het uitmonden in emotionele afhankelijkheid, chronische onzekerheid en zelfs lichamelijke klachten door voortdurende stress. Het gevaarlijke is dat het sluipend gebeurt: je merkt het vaak pas als je innerlijke kompas al ontregeld is.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page