De eerste dood van de leerkracht – over burn-out als existentiële grens
- Luc Van De Steene
- 28 feb
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 mrt

De cijfers zijn genoegzaam bekend. Was het tot voor kort nog bijna één op de vier, dan tonen nu één op de twee leerkrachten ernstige signalen van burn-out. Dat blijkt uit nieuw veldonderzoek. In het klaslokaal, de plaats waar kwetsbare geesten worden gevormd, lijkt de volwassen geest in toenemende mate zelf te breken.
Veel wordt hierover gezegd. Veel wordt vooral niet gezegd.
Wie luistert naar wat níét wordt uitgesproken, hoort de onderstroom die al jaren borrelt: het onderwijs is niet alleen in crisis; het is bezig zijn mensen te verliezen op existentiële wijze. Leerkrachten vallen niet uit omdat ze “even moe” zijn, maar omdat iets in hen sterft of weigert verder te sterven.
Een hogere pensioenbelofte – met onuitgesproken voorbehoud
Toen beginnende leerkrachten ooit een hoger pensioen in het vooruitzicht kregen, werd één zinnetje zorgvuldig verzwegen: “Als je dan nog in leven bent.”
Te cynisch allicht. Te eerlijk. Het zou de façade hebben doorbroken dat onderwijs een noble calling is die alleen vraagt dat je “gewoon je best doet”. Maar die façade houdt niet langer stand nu burn-out in het onderwijs geen uitzonderlijk noodsignaal meer is, maar een structureel verschijnsel.
Wat misschien te veel als een persoonlijke kwetsbaarheid wordt gezien, is in feite een barst in het systeem zelf. Een barst die luider spreekt dan cijfers; een barst die menselijk spreekt.
De existentiële breuk: waarom burn-out meer is dan uitputting
Een burn-out is niet alleen een vermoeidheid die zich opstapelt. Het is een grensgebeuren. Heidegger zou zeggen: een moment waarop ons Dasein, onze wijze van mens-zijn, zichzelf onderbreekt en zegt: “Dit is niet langer mijn leven.” Als ik even voor mezelf mag spreken: dat was vijftien jaar geleden mijn motief om het mediacircus definitief de rug toe te keren.
Sartre zou eraan toevoegen dat we worden geconfronteerd met onze eigen vrijheid: we kunnen zo niet verder, maar we weten nog niet hoe anders.
Het lichaam wordt in die zin een fenomenoloog: het toont de waarheid wanneer de woorden ontbreken. De mens die blijft doorgaan, stort uiteindelijk in. Niet uit zwakte, maar omdat het lichaam weigert deel te nemen aan een manier van leven die zichzelf verloochent.
Burn-out is de eerste dood:
de dood van het oude levensverhaal
de dood van een aangeleerde rol en identiteit
de dood van de mens die zich te lang heeft aangepast aan iets wat hem geen recht doet, en dat is helaas het huidige onderwijssysteem, voortdurend opgepookt door een bekrompen beleid
Zoals bij elke existentiële breuk: er is geen garantie dat men terug kan naar vroeger.
Er is geen vroeger meer.
Het onderwijs: een systeem dat overleeft, maar niet leeft
Burn-out komt in vele sectoren voor, maar in het onderwijs krijgt het een specifieke, tragische diepgang. Hier stort niet alleen een werknemer in; hier stort iemand in die voor anderen moet zorgen. Iemand die dagelijks een klas binnenstapt als menselijke buffer tussen jong leven en een wereld die steeds complexer en kwetsender wordt.
Onderwijs was ooit een roeping. Daarna een beroep. Nu vaak een overlevingsstrategie. Leerkrachten worden (uit)geperst tussen verwachtingen die elkaar tegenspreken:
inspireren én presteren
zorgen én grenzen bewaken
waarderen én evalueren
aanwezig zijn én niet te veel kosten
De menselijke maat is daarbij langzaam verdampt. Simone Weil waarschuwde al dat elke vorm van arbeid die de ziel negeert, de mens uitholt. In het onderwijs is die waarschuwing geen filosofische nuance meer, maar een dagelijkse realiteit.
De tragiek is dat leerkrachten juist mensen zijn die mensgericht werken.
Hun grootste kracht – hun empathie, hun zorg, hun idealisme – wordt in het huidige systeem hun grootste kwetsbaarheid. Zij zijn de empathische mens in een destructieve context.
Burn-out als voortzetting van een reeds geleefd leven
Bij leerkrachten valt nog iets op: hun beroepskeuze is zelden alleen hun eigen keuze. Onderwijs is een beroep dat dikwijls in familielijnen loopt. Het wordt niet enkel geleerd, maar geërfd. Zoals een muzikant het instrument van zijn grootmoeder verder bespeelt, draagt de leerkracht vaak een referentiekader met zich mee dat uit meerdere generaties stamt.
Met dat kader komen ook overtuigingen: je dient iets groters dan jezelf, je doet dit voor de kinderen, dit werk moet je graag doen, dit werk mag niet over jezelf gaan. Maar soms botst een geërfd ethos op een nieuwe realiteit waarin dat ethos niet meer wordt gefaciliteerd of gewaardeerd. Dan ontstaat er wrijving tussen het oude levensverhaal en de actuele wereld. Die wrijving kan lange tijd worden genegeerd, maar nooit ongestraft.
Een burn-out is dan niet alleen de crash van vandaag, maar de ontlading van een levenslange spanning; een systeem- én levensconflict dat zich een uitweg baant.
Waarom terugkeren zo moeilijk is
Vanuit het beleid klinkt het nog te vaak alsof een burn-out een hapering is die men na enkele maanden rust wel herstelt. Maar de realiteit is veel dieper: wie de afgrond heeft gezien, kan daarna niet verder alsof de afgrond niet bestaat. Kierkegaard zou zeggen dat de mens die door een breuk gaat, wordt teruggeworpen op de grondvraag van zijn bestaan: Hoe wil ik leven?
Dat is precies waarom leerkrachten vaak moeizaam terugkeren. Niet omdat ze niet willen. Maar omdat ze weten dat terugkeren naar hetzelfde eigenlijk niet kan. Want het was dat wat hen brak, die combinatie van systeemdruk, morele last, erftraditie, te veel verantwoordelijkheid.
Terugkeren betekent dus niet “weer beginnen werken” maar “terugkeren naar de plaats waar mijn oude zelf is gestorven.” Niet iedereen kan dat. Niet iedereen moet dat.
Het verzet van het lichaam als hoopvolle boodschap
Toch is de burn-out van leerkrachten, hoe pijnlijk ook, niet alleen een crisis. Het is ook een signaal. Een roep om verandering. Een morele grens. Een existentiële weigering.
Als een burn-out iets duidelijk maakt, dan is het dit: er is in de leerkracht iets dat weigert te sterven. Iets dat niet wil meegaan in de ontmenselijking – die in deze tijd op volle toeren draait. Iets in hen verzet zich tegen de reductie van onderwijs tot output. Iets dat herinnert aan waarom mensen ooit in dit beroep zijn gestapt. Iets dat vraagt om een andere manier van werken, van leiderschap, van denken.
Het onderwijssysteem mag dan moe zijn, de mensen die erin werken, zijn dat niet per se. Ze zijn vooral diep gekwetst, maar tegelijk dragers van een morele waarheid: dat onderwijs pas toekomst heeft wanneer het opnieuw menswaardig wordt, minder bureaucratisch.
Het relationele op zich kost geen energie. Onbegrensde verantwoordelijkheid kost energie. Veel leerkrachten voelen zich moreel verantwoordelijk voor het slagen van hun leerlingen, nemen problemen mee naar huis en/of identificeren zich sterk met hun rol. Dat maakt het existentieel extra zwaar.De eerste dood van de leerkracht is niet het einde.
Het is een harde, maar noodzakelijke openbaring: dat geen enkel systeem dat zijn mensen vergeet lang kan voortbestaan.
Als we willen dat het klaslokaal opnieuw een plaats wordt waar leven wordt doorgegeven – ik herinner me nog de jaren zestig en zeventig – dan moeten we beginnen met te luisteren naar degenen die het leven daar dragen. Niet alleen naar wat ze zeggen, maar vooral naar wat ze niet langer kunnen zeggen, omdat het te zwaar geworden is om nog te dragen.
De burn-out van de leerkracht is een existentiële diagnose van het onderwijs zelf. Zoals bij elke diagnose begint genezing pas wanneer men eindelijk durft te erkennen wat er werkelijk aan de hand is. Wie weet kunnen de onthutsende cijfers dat eindelijk teweegbrengen.



Opmerkingen