De angst voor het tekort
- Luc Van De Steene
- 22 dec 2025
- 2 minuten om te lezen

In drie bewegingen neem ik je op sleeptouw richting 2026.
Ziehier deel 2: De angst voor het tekort.
Mijn beste wensen!
Er is een angst die minder luid is dan doodsangst,
maar hardnekkiger.
Ze fluistert.
Ze dringt zich niet op, maar stuurt wel ons leven.
De angst voor het tekort.
“Het is niet omdat we te weinig hebben dat we bang zijn, maar omdat we vergeten wat genoeg is.” — vrij naar Epictetus
Niet genoeg hebben.
Niet genoeg zijn.
Niet genoeg betekenen.
Ze zit in volle agenda’s en lege avonden.
In het blijven vergelijken.
In de drang om vast te houden, aan spullen, mensen, zekerheden.
In de onrust die ontstaat wanneer het even stil wordt.
We leven in een tijd van overvloed,
maar ervaren haar als schaarste.
Tijd is schaars.
Aandacht is schaars.
Rust is schaars.
En liefde?
Die voelt voor velen als iets wat verdiend moet worden.
Vaak begint het daar.
In de kindertijd.
Niet altijd met groot drama,
soms met ogenschijnlijk kleine tekorten:
niet gezien worden,
niet echt gehoord,
te vroeg sterk moeten zijn.
Een kind leert dan
— stil, zonder woorden —
dat er iets ontbreekt.
En dat het zelf misschien dat ontbrekende is.
Zo groeit een leven waarin men blijft bijvullen:
prestaties, zelfbevestiging, controle.
Altijd nog iets extra,
voor het geval dat.
Maar tekort laat zich niet verzadigen.
Het verplaatst zich.
Vandaag is het geld,
morgen tijd,
later liefde,
en uiteindelijk: het eigen bestaan.
Wie leeft vanuit tekort,
leeft in waakstand.
Altijd op de uitkijk.
Altijd bang om te verliezen
wat nooit echt als veilig werd ervaren.
Wat een mens werkelijk nodig heeft,
staat vaak haaks op wat van hem verwacht wordt.
We hebben rust nodig,
maar worden aangespoord om door te gaan,
om nooit op te geven — tot we erbij neervallen.
We hebben een warme bedding nodig,
maar leren zelfstandig te zijn vóór we veilig zijn.
We hebben erkenning nodig zonder voorwaarden,
maar krijgen pas applaus na prestatie.
Zo leert een mens zich te bewijzen
voor wat eigenlijk gratis had moeten zijn.
En wie zich moet bewijzen,
zal zich zelden genoeg voelen.
“Wat we het meest zoeken, is niet vervulling, maar toestemming om te bestaan.” — vrij naar Winnicott
En toch is er een andere beweging mogelijk.
Niet door meer te verzamelen,
maar door te vertragen.
Door te voelen waar het gemis vandaan komt.
En het niet langer te bestrijden.
Misschien is heling geen opvullen,
maar echt erkennen.
Niet: ik moet genoeg worden,
maar: ik bén er al.
Waar tekort wordt aangekeken,
ontstaat ruimte.
Waar ruimte ontstaat,
kan zachtheid naar binnen.
En misschien is dat de stille tegenkracht
van de angst voor het tekort:
niet overvloed,
maar vertrouwen.



Opmerkingen