top of page

De angst om op te houden iemand te zijn


Foto © Pixabay
Foto © Pixabay

In drie bewegingen neem ik je op sleeptouw richting 2026.

Ziehier deel 1: De angst om op te houden iemand te zijn.


Mijn beste wensen!


Voorwaar geen alledaagse vraag.

Wat is je grootste angst?

En toch duikt ze vaker op dan we denken,

tussen de afwas en het naar school brengen van de kinderen.


Zij: Ik ben bang om dood te gaan.

Ik: Doodgaan zoals iedereen doodgaat?

Zij: Het is erger dan dat. Het is echte doodsangst. Ze overvalt me, verlamt me.

Mijn kinderen lachen ermee. Ze noemen me een hypochonder.

Ik: Wat maakt je zo bang om dood te gaan?

Zij: Als ik dood ben, kan ik niet meer leven.

Ik: Dat klinkt … logisch.

Zij: Ja, maar ik bedoel het anders.

Ik ben bang dat ik niet meer ga leven als ik dood ben.


(Er valt een stilte.)


Ik: Dus je bent bang om niet meer te leven.

Wat houdt je dan tegen om te leven,

nu je nog leeft?

Zij: Ik ben bang om te leven.

Mijn moeder had dat ook.

Ik had mezelf beloofd dat ik het anders zou doen.

Dat ik het leven echt zou leven.

Maar kijk … niet dus.


Angst om dood te gaanis vaak angst om te leven.


Maar vaak gaat het niet eens om de dood zelf.

Het is de weg ernaartoe die beangstigt.

De aftakeling.

Het lichaam dat niet meer gehoorzaamt.

De geest die hapert.

Afhankelijk worden.

Tot last zijn.


Niet meer zelf kunnen kiezen wanneer je eet,

of je opstaat,

of je alleen wil zijn.

Hulp nodig hebben voor wat ooit vanzelf ging.


Misschien is dat de diepere angst:

niet zozeer ophouden te bestaan,

maar ophouden iemand te zijn.


Angst om op te houden iemand te zijn.

Maar wie is die iemand eigenlijk?


Misschien raakt die angst een oude vraag,

een die we zelden luidop stellen:

wie ben ik?


We brengen een leven door met rollen, rolidentiteiten —

ouder, kind, partner, professional —

en hopen dat ze samen iets vormen dat “ik” heet.

Maar vaak kennen we onszelf nauwelijks,

omdat stilstaan gevaarlijk voelt,

en naar binnen kijken nog meer.


Ken jezelf (gnōthi seauton) stond er al eeuwen geleden geschreven.

Niet als opdracht om alles te begrijpen,

maar als uitnodiging om aanwezig te zijn.

Wie zichzelf niet kent,

klampt zich vast aan controle.

En wie controle verliest,

vreest te verdwijnen.


“If most of us remain ignorant of ourselves, it is because self-knowledge is painful and we prefer the pleasures of illusion.” — Aldous Huxley (1894-1963) 

Misschien is de angst voor aftakeling

ook de angst dat er niets overblijft

wanneer de functies wegvallen.

Dat zonder kunnen, doen en dragen,

het “zijn” geen grond meer vindt.


En toch:

misschien begint iemand-zijn pas echt

wanneer we durven loslaten

wie we dachten te moeten zijn.


Niet de dood jaagt ons schrik aan,

maar het besef dat we ons leven misschien niet bewonen.

Alsof we ernaast staan.

Alsof het ons telkens net ontsnapt.


Spinoza schreef dat elk wezen verlangt

om in zijn bestaan te volharden.

Maar wat als dat verlangen verstrikt raakt in angst?

Dan wordt overleven belangrijker dan leven.

Veiligheid belangrijker dan waarheid.


Angst en liefde.

Ze verschijnen altijd samen, of juist niet.

Waar angst zich terugtrekt,

kan liefde ademen.


Liefde is leven.

Niet als groot romantisch idee,

maar als durven verschijnen,

durven voelen,

durven verliezen.


Moeder, waarom leven wij?

Ze glimlacht.

Niet omdat ze het antwoord kent,

maar omdat ze het leven even voelt.


Misschien is er nog een andere angst die hier doorheen weeft:

de angst voor het tekort.

Niet genoeg tijd.

Niet genoeg liefde.

Niet genoeg zekerheid.


We leven in een tijd die overvloed belooft

maar schaarste ademt.

En wie ooit tekort gekend heeft —

aan aandacht, veiligheid, bevestiging, erkenning —

draagt dat vaak onbewust verder.

Als een stille motor onder veel andere angsten.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page