Aan tafel, en toch elders
- Luc Van De Steene
- 25 dec 2025
- 2 minuten om te lezen

Deze al wat oudere mens loopt soms nog als een jong veulen over straat en geeft zoals vanouds zijn ogen de kost. Vervolgens gaat-ie rustig zitten.
Gisteren, in de koffiehoek van een boekhandel.
Twee vrouwen zitten aan een klein rond tafeltje te wachten op koffie en taart. Ik schat ze ergens tussen de veertig en vijftig, misschien iets ouder; de leeftijd waarop je ongeveer weet hoe het leven werkt, of dat althans denkt te weten. De ene vrouw zit lichtjes voorovergebogen over haar smartphone, duimen in constante beweging, alsof ze een muziekinstrument bespeelt dat alleen zij kan horen. Af en toe kijkt ze op, zegt iets, een halve zin, een losse opmerking, om zich vervolgens weer te laten opslokken door het volgende gesprek, elders.
De andere vrouw zit recht tegenover haar. Ze zegt niets. Haar blik dwaalt weg, langs de boekenkasten, langs mensen die voorbijlopen met kopjes koffie en stapels papier vol verbeelding. Ze kijkt niet boos, niet verontwaardigd. Eerder: afwezig op een andere manier. Alsof ze zich langzaam terugtrekt uit een gesprek waar ze nooit echt in mocht stappen.
Het is geen ruzie. Geen drama. Niemand verheft zijn stem. En juist daarom is het pijnlijk duidelijk. Dit is hoe verwaarlozing eruitziet in het klein: zacht, beleefd, sociaal aanvaard. Aandacht die voortdurend wordt uitgesteld. Aanwezigheid die telkens wordt onderbroken door iets dat kennelijk dringender is.
Ik merk dat ik blijf kijken. Niet uit sensatiezucht, maar omdat het tafereel iets blootlegt wat we inmiddels normaal zijn gaan vinden. We zijn samen, maar niet met elkaar. We spreken, maar luisteren met één oor. We zijn fysiek aanwezig, terwijl onze werkelijke aandacht zich elders ophoudt — in een apparaat dat altijd belooft dat er nóg iets belangrijkers wacht.
Laat ik dit meteen zeggen, vóór iemand het me kwalijk neemt: dit had evengoed een tafel met twee mannen kunnen zijn. Aandachtstekort is geen exclusief vrouwelijk tekort. Alleen zitten mannen van deze leeftijd doorgaans minder samen koffie te drinken in een gezellige boekhandel. Die hebben dan andere dringende bezigheden — vergaderingen, telefoons, belangrijk kijken terwijl ze (n)ergens naartoe lopen. De verwaarlozing speelt zich daar gewoon op andere locaties af, met evenveel overtuigingskracht.
Dit is de generatie die straks uitlegt aan kinderen dat ze hun telefoon moeten wegleggen. Die vergaderingen organiseert over schermtijd. Die regels opstelt, verboden afkondigt en afdwingt, bezorgd het hoofd schudt. Met de beste intenties, ongetwijfeld. En ondertussen zit ze hier, in een koffiehoek, iemand tegenover zich langzaam onzichtbaar te maken.
Misschien is dat het meest verontrustende: niet de smartphone zelf, maar het gemak waarmee we niet meer zien wat we zelf doen. Hoe iemand aan tafel kan verdwijnen zonder op te staan. Hoe nabijheid kan verdampen terwijl de koffie nog warm is.
Ik zeg dit niet vanop een morele hoogte. Ik ken de verleiding. Voel haar dagelijks in mijn eigen zak trillen. Ook ik kijk soms langs mensen heen, naar een scherm dat me niets teruggeeft behalve de illusie van verbinding.
De koffie kwam uiteindelijk. De taart ook. Ik weet niet of het gesprek nog op gang is gekomen. Wat ik wel weet: er zat even iemand alleen aan tafel, terwijl ze niet alleen was. Aan tafel, en toch elders. En dat beeld bleef hangen, als een bladwijzer in een boek dat we liever niet openslaan.



Opmerkingen