top of page

Altijd ‘aan’: hoe hypervigilantie ons een vals gevoel van normaliteit geeft

Alles lijkt rustig. Maar haar lichaam staat nog steeds op scherp. (Foto © Unsplash) 
Alles lijkt rustig. Maar haar lichaam staat nog steeds op scherp. (Foto © Unsplash) 

We leven in een tijd waarin “druk”, “alert” en “scherp” bijna eretitels zijn geworden. Wie veel ziet, snel reageert en voortdurend vooruitdenkt, wordt al snel gezien als competent en betrokken. Maar wat als dat constante ‘aanstaan’ geen kracht is, maar een zenuwstelsel dat nooit meer echt uitgaat en dus niet tot rust komt?


Er zijn mensen die hun omgeving voortdurend scannen. Niet opzichtig, niet bewust, maar subtiel en onafgebroken. Ze merken kleine veranderingen in sfeer op, voelen spanning nog vóór iemand iets zegt, denken een paar stappen vooruit om mogelijke problemen te vermijden. Voor henzelf voelt dat zelden uitzonderlijk. Het voelt normaal. Zoals “gewoon hoe ik ben”.


Maar vaak heeft het niets te maken met identiteit. Het is hypervigilantie: een toestand waarin het lichaam heeft geleerd dat rust geen vanzelfsprekendheid is.


Ons brein beschikt over een ingebouwd alarmsysteem dat razendsnel werkt. Nog vóór we iets bewust begrijpen, scant het op mogelijke dreiging. In een gezonde situatie wordt dat systeem gecorrigeerd door andere hersengebieden die nuance aanbrengen: dit is veilig, dit lijkt alleen spannend, hier hoef je niet op te reageren. Maar wanneer iemand langdurig onder stress heeft gestaan, kan dat evenwicht verschuiven. Het alarmsysteem wordt gevoeliger, terwijl de rem trager of minder betrouwbaar wordt.


Het gevolg is niet dat iemand beter wordt in het onderscheiden van veiligheid en onveiligheid, integendeel. Het systeem raakt vertekend. Het ziet sneller gevaar, ook waar dat er niet is, en heeft moeite om signalen van veiligheid nog als zodanig te herkennen. Wat overblijft is een lichaam dat voortdurend iets lijkt te registreren dat niet klopt, zelfs wanneer het verstand weet dat alles in orde is.


Misschien nog verraderlijker is dat deze toestand went. Wie lang genoeg in een verhoogde alertheid leeft, gaat spanning als baseline ervaren. Ontspanning voelt dan niet als thuiskomen, maar als iets vreemds, soms zelfs ongemakkelijks. Stilte – en veiligheid – kan onrust oproepen. Eventjes helemaal niets moeten kan plots confronterend zijn. Het lichaam is zo gewend geraakt aan paraatheid dat het die toestand begint te verwarren met veiligheid.


En precies daar wordt het onzichtbaar. Mensen benoemen het niet als hypervigilantie. Ze noemen het perfectionisme, verantwoordelijkheidszin, gevoeligheid, altijd zorgen voor of gewoon “zo ben ik nu eenmaal”. De buitenwereld ziet vaak iemand die functioneert, misschien zelfs goed functioneert. Iemand die anticipeert, die nadenkt, die betrokken is. Wat minder zichtbaar is, is de constante innerlijke spanning en het gebrek aan echte rust.


Dat maakt het ook moeilijk om het te onderscheiden van andere vormen van gevoeligheid. Sommige mensen verwerken informatie sneller, denken complexer of zijn gevoeliger voor prikkels. Dat kan aan de buitenkant lijken op dezelfde alertheid. Maar waar die vormen van gevoeligheid vertrekken vanuit verwerking en waarneming, vertrekt hypervigilantie vanuit een alarmsysteem dat op scherp staat. Het verschil zit niet in hoeveel iemand opmerkt, maar in wat het lichaam ermee doet.


Herstel begint daarom niet met “je moet gewoon ontspannen”. Voor iemand in hypervigilantie is ontspanning geen knop die je even omdraait. Het is iets wat opnieuw geleerd moet worden. Niet cognitief, maar lichamelijk. Het vraagt herhaalde ervaringen waarin het systeem voorzichtig ontdekt dat niet alles gecontroleerd hoeft te worden, dat rust niet automatisch gevaar betekent, dat loslaten mogelijk is zonder dat er iets misgaat.


Dat is geen snelle of lineaire weg. Want wat ooit ontstaan is als bescherming, laat zich niet zomaar overtuigen door logica. Het vraagt tijd, herhaling en vaak ook professionele ondersteuning om dat evenwicht stap voor stap te herstellen.


Misschien is dat wel de belangrijkste nuance in een wereld die alertheid vaak beloont: niet alles wat eruitziet als scherpte, is vrijheid. Soms is het een lichaam dat vergeten is hoe het voelt om veilig te zijn.


En net daar ligt de mogelijkheid tot verandering: niet door nog beter te leren scannen, maar door langzaam opnieuw te leren dat het ook anders kan.

 
 
 

Opmerkingen


  • Black Twitter Icon
  • Black Facebook Icon

© 2025 by Luc Van De Steene. Powered and secured by Wix

bottom of page